SHADI FATHI & BIJAN CHEMIRANI - ÂWÂT

Artiest info
Website
facebook
label: Budda Music
distr.: Xango

Trouwe lezers van deze kolommen, herinneren zich misschien hoezeer we een jaar of drie geleden in de wolken waren over “Delãshena”, de duo-debuutplaat van de-zangeres-met-alles-kunnende-stem die Shadi Fathi is en de percussionist-par-excellence, die Bijan Chemirani heet. De twee leerden elkaar een jaar of zeven geleden kennen in Marseille en de onvermijdelijke plaat “Delâshena”, die de rechtstreekse telg is van die ontmoeting, zorgde er al meteen voor, dat de kring van “wereldmuziek”-liefhebbers ineens attent gemaakt werd op beider bestaan. Uitgebreide tournees en talloze concerten, voornamelijk in Frankrijk, maar eigenlijk over heel Europa, zorgden voor een nog groeiende bekendheid en stilaan zelfs voor een begin van een fanbase, die stap voor stap vertrouwd gemaakt werd met de Iraanse muziek en de Perzische, vaak eeuwenoude poëzie.

Met deze nieuwe plaat blijven de twee trouw aan die inspiratiebronnen -de dichters Khayyâm en Rûmi zijn nooit veraf-, maar “Âwât” -de titel is Koerdisch voor “groot verlangen”, werd door de twee muzikanten bijeen gecomponeerd en ingespeeld met de hulp van een paar echte kleppers: fluitist Sylvain Barou wordt meestal in de Bretonse en Ierse folk gesitueerd, maar je kunt zijn naam op tientallen platen terugvinden, van Trilok Gurtu en Jean-Charles Guichen tot Erik Marchand en…Keyvan Chemirani.

De Albanese cellist Redi Hasa vind je dan weer terug van bij Robert Plant en Ludovico Einaudi tot Maria Mazzotta en Bandadriatica en kamancheh-virtuoos Shervin Mohajer is Iraniër en bij ons vooral bekend vanwege zijn samenwerkingen met Marjan en Masha Vahdat, de vanuit Noorwegen opererende nachtegalen, die al eens richting jazz durven uitwaaieren. Met zo’n begeleiders zit je natuurlijk gebeiteld en deze plaat, die duidelijk de opluchting uitademt, gepaard gaande met het einde van de twee jaar durende pandemie, die muzikanten nog meer dan gewone mensen verhinderde te doen waar ze goed in zijn: spelen voor levende mensen en hen schoonheid en verbinding verschaffen.

In de zestien tracks can deze plaat, word je voortdurend heen en weer verplaatst tussen enerzijds de onmiskenbare zachtheid van de melodieën en de kracht waarmee ze vertolkt worden. Er is op geen moment een overschot aan decibels, maar er wordt zoveel verteld, ook al begrijp je, zoals ik, nauwelijks wat van wat er precies gezongen wordt. Net als bij “Delâshena” kost het mij niet de minste moeite om mij te laten betoveren door de virtuositeit en vooral de muzikaliteit van de artiesten: die taal is zodanig universeel, dat je al heel erg doof moet zijn om niet in vervoering te geraken bij deze verbluffende schoonheid. Of de muzikanten nu een uitgeschreven stuk van Chemirani vertolken, dan wel os ze simpelweg gaan improviseren: het meesterschap spat aan alle kanten uit de speakers, zonder dat er ook maar enig muzikaal geweld aan te pas komt. Zo’n platen krijg je niet vaak te horen en dus kan ik, nog maar eens, hopen dat u met z’n allen gaat luisteren. U vindt een aantal leuke filmpjes op de wereldwijde web en u hoeft van mij alleen maar aan te nemen dat u ze best even kan bekijken. Heerlijke, pure muziek is dit !

(Dani Heyvaert)